Meer
Publicatiedatum: 28-09-2017

Inhoud

Inleiding

Inleiding

Met genoegen presenteren we u de programmabegroting 2018-2021. De begroting is voor een belangrijk deel gebaseerd op de op 27 juni 2017 behandelde kadernota, waarin reeds de strategische kaders zijn vormgegeven voor de komende jaren in zowel beleidsmatig als financieel opzicht. De kadernota is aangeboden als eerste versie van de (meerjaren)begroting.

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is onze richtlijn geweest bij het opstellen van de begroting 2018 en de meerjarenbegroting 2019-2021. 

Het coalitieakkoord 2014-2018 en het daarop volgende collegeprogramma heeft de titel “iedereen doet mee, iedereen spreekt mee”. In deze slogan zitten twee elementen die prominent in het nieuwe beleid naar voren komen. Dit akkoord is ook nu uitgangspunt voor de Begroting. 

"Iedereen doet mee” verwijst naar de opvatting van het college dat (als het gaat om hulp en zorg) iedereen zijn eigen kracht of die van zijn sociale omgeving beter benut.” 

“Iedereen spreekt mee” verwijst naar de wil van de coalitie om meer te luisteren naar de burger. Het college wil hiermee bewoners en maatschappelijke partners ruimte bieden om mee te denken over onderwerpen in het publieke domein. Onze werkwijze van burgerparticipatie gaan we hiervoor actualiseren. De kleine kernen kunnen hierbij rekenen op bijzondere aandacht. Overheidsparticipatie in initiatieven van onze inwoners en maatschappelijk ondernemers is daarbij onze horizon. Een kern- en wijkmakelaar faciliteert deze werkwijze, met inbegrip van het proces dat de organisatie doormaakt om hieraan een bijdrage te leveren.

Onze kernen en wijken zijn een hechte sociale basis in het landschap van veenweide en polders. Dat willen we graag met elkaar, met onze inwoners, bedrijven en instellingen, vitaal houden en organiseren, in een verscheidenheid aan heel concrete opgaven. Daarom leggen we onze bestuurlijke focus in de begroting in het komend jaar net als in voorgaande jaren op drie daarvoor essentiële ambities: ons (groene) erfgoed behouden en benutten, kleinschaligheid in de contacten bewaren en lokaal kwalitatief maatwerk in wonen en voorzieningen.

Als het om regionale samenwerking gaat blijft de verbinding op de inhoud en in werkvormen onze bijzondere aandacht houden. In de MRA-Noord werken we met onze collega gemeenten samen aan een actieagenda die een eigen regionale afgeleide is van de MRA-agenda. We focussen ons daarbij op de grote thema’s die belangrijk zijn voor de inwoners, bedrijven en instellingen in de MRA-Noord, zoals wonen en werken, bereikbaarheid en landschap en erfgoed. Samenwerking op inhoud en in werkvormen in G5 verband (met Oostzaan, Landsmeer en Waterland, aangevuld met Edam-Volendam) is voor Wormerland nog steeds het wenkend perspectief. Samen staan we sterk als het gaat om het behouden en benutten van het unieke veenweide- en poldergebied, op steenworp afstand van de grote steden. Niet alleen voor onze eigen inwoners maar voor iedereen die er van wil genieten.

De OVER-gemeenten organisatie met al haar betrokken en hardwerkende medewerkers levert ons een basispakket aan reguliere, steeds terugkerende werkzaamheden en een pluspakket waarin we die focus en aandacht kleur geven. We willen daarbij een overheid zijn die goed aangesloten is op wat er leeft in de samenleving door participatie een tweerichtingsverkeer te laten zijn. In de ontmoeting op straat, om de hoek, in het buurthuis ligt het succes besloten van “iedereen doet mee” en “iedereen spreekt mee”.

Financieel resultaat

Hieronder vind u de relatie tussen de eerder vastgestelde Kadernota 2018 en de uitkomst na het samenstellen van de nieuwe meerjarenbegroting 2018-2021.

Verloop begrotingssaldi van Kadernota 2018 tot Begroting 2018-2021

2018

2019

2020

2021
Saldi kadernota 2018 127.227 312.016  346.434  66.117
         
Effect aangenomen amendementen        
Schrappen trotters verkiezingen 10.350 10.350  10.350  10.350 
Extra budget Kunstwerk De Omslag  -32.500      
Uitkomst Meicirculaire 2017  243.950 289.852 237.676  442.717 
Extra bijdrage aan OVER-gemeenten (memo 3 juli organisatie ontwikkeling) -196.944 -255.963 -179.157  -182.740
         
Aanpassingen MJP        
Vervanging brug Bruynvisweg            *)   -4.161 -4.161   -4.161  
Vervanging brug Barnde Molen Jisp  *)       -8.962
Vervanging bestelwagen buitendienst                       **)    -12.804   -12.804   -12.804
Vervanging auto coordinater buitendienst (60%)   **)   -2.499 -2.499 -2.499
Mutaties kapitaallasten, rente, admin.wijzigingen etc. , per saldo ***) 12.057 123.272 -59.018 -80.769
         
Begrotingssaldi
164.140 460.063 336.821 227.249

 *)    In 2016 zijn voor het nieuwe beheerplan van de kunstwerken alle bruggen en duikers geïnspecteerd en in kaart gebracht. In het beheerplan werd het advies opgenomen om een aantal kunstwerken nog nader te onderzoeken. Toen de Kadernota dit voorjaar werd opgesteld waren de resultaten van deze extra onderzoeken nog niet bekend. Nu de resultaten bekend zijn geeft dit aanleiding tot vervanging van meer kunstwerken dan eerder gedacht. Zo dient de brug bij de Barnde Molen in Jisp vervangen te worden in 2020, voor een bedrag van €140.000 en dient het investeringsbedrag voor de Bruynvisbrug opgehoogd te worden van € 55.000 naar € 65.000. Deze vervanging dient plaats te vinden in 2018 in plaats van 2021. Zie voor het totale overzicht van voorgenomen investeringen het Meerjarenplan.

**) In de Kadernota 2018 was de vervanging van deze voertuigen van de buitendienst nog niet opgenomen.

***) Het grote verschil in 2019 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat in de begroting 2017 uitgegaan werd van de betaling van de nieuwe Zaanbrug in het jaar 2018. In deze begroting is dit voor een jaar later voorzien. Dit betekent dat er niet in 2018 maar pas in 2019 een langlopende lening voor afgesloten hoeft te worden. In het eerste jaar daarna scheelt dit in rentelasten. In de jaren daarna verwachten we meer rente te betalen dan vorig jaar door een hogere financieringsbehoefte. 2020 is een nieuw jaar ten opzichte van de begroting 2017, hier is daardoor niet echt een vergelijking te maken.

 

Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland,

 

de secretaris                                    de burgemeester

 Raming EMU-Saldo

2017

2018

2019

 
1. Exploitatie voor donaties en ontdekkingen aan reserves        
2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie        
3. Donaties aan voorzieningen        
4. Investeringen in materiële vaste activa        
5. Ontvangen investeringsbededagen van Rijk, Prov., EU en ov. (niet via exploitatie)        
6. Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (niet via exploitatie)        
7. Uitgaven aan aankoop grond en uitgaven bouw- en woonrijp maken e.d. (transacties met derde die niet op de exploitatie staan)        
8. Baten bouwgrondexploitatie, voorzover niet op de exploitatie lopen is verantwoord         
9. Betalingen ten laste van de voorzieningen        
10. Lasten i.v.m. transacties met derde, die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (incl. fondsen e.d.) worden gebracht en die nog niet vallen onder een van bovenstaande posten        
11. De berekening van het EMU-saldo wordt gecorrigeerd voor verkoop van deeln. en aandelen        
11a. Worden er deelnemingen en aandelen verkocht?        
11b. Zo ja, de bij verkoop verwachte boekwinst        
Totaal structurele begrotingssaldi (a-b-e)        

 (bedrag x €1.000)

Leeswijzer

Indeling

Deze begroting bestaat uit de inmiddels vertrouwde 6 programma's en de 8 paragrafen. Daarnaast is er een hoofdstuk Financiële positie waarin een aantal financiële overzichten zijn opgenomen, deels verplicht gesteld vanuit de BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten). Ook zijn er een aantal bijlagen opgenomen, namelijk met de Begrotingsrichtlijnen zoals vastgesteld bij de Kadernota 2018; een toelichting op de reguliere uitvoeringstaken; een overzicht van (niet verplichte) kengetallen; de achtergrondinformatie, allemaal per programma weergegeven en tenslotte een lijst met de uitwerking van de in de begroting gebruikte afkortingen.

In de programma's zijn de risico's en de uitvoeringstaken opgenomen. Om de programmateksten niet te lang te laten zijn, is de inhoudelijke uitwerking daarvan in de reeds genoemde bijlagen opgenomen. Voor wat betreft de kengetallen is er een knip gemaakt: de volgens de BBV verplichte kengetallen zijn opgenomen in de programma's zelf, de overige kengetallen zijn in een bijlage opgenomen. De reden hiervoor is dat de zaken die in de programma's zijn opgenomen, bij de jaarstukken ook inhoudelijk door de accountant dienen te worden gecontroleerd. Op deze manier is er geen controle nodig van de niet-verplichte kengetallen.

 

Doorbelasting van de werkorganisatie naar de producten

De kosten die we betalen aan OVER-gemeenten worden naar de diverse producten doorberekend aan de hand van de voorgecalculeerde uren die aan de diverse producten worden besteed. Hierbij wordt sinds 2017 (BBV) onderscheid gemaakt tussen de primaire uren en de overheaduren. Ten opzichte van de lasten in de begroting 2017 zijn er voor 2018 meer lasten als primair beschouwd. Dit heeft als gevolg dat het uurtarief voor de primaire uren hoger is geworden. Hier staat tegenover dat het uurtarief voor de overhead-uren is gedaald. Het gevolg is dat bij veel producten hogere lasten te zien zijn. De doorberekende kosten op het product Overhead (maakt onderdeel uit van programma 6) zijn echter gedaald. Per saldo zijn de kosten dus niet hoger dan alleen de stijging van de begroting van OVER-gemeenten ten opzichte van 2017, voor een groot deel door inflatie veroorzaakt. Om niet bij ieder programma en meerdere producten hiervan, eenzelfde verklaring te geven, is ervoor gekozen om de verklaring op deze plek te geven.