Paragraaf Lokale heffingen

Waar gaat deze paragraaf over?

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Waar gaat deze paragraaf over?

De gemeentelijke heffingen zijn een belangrijke inkomstenbron. Heffingen zijn ongeveer 20% van de totale inkomsten van de gemeente. Gemeentelijke heffing kan je in twee soorten verdelen: retributies en belastingen. In de volgende alinea's zullen we het verschil hiertussen uitleggen. 

Retributies
Bij de retributies is er sprake van een tegenprestatie van de gemeente en mogen de begrote opbrengsten niet hoger zijn dan de begrote kosten voor de uitoefening van de taak. Dit betekent dat de kostendekkendheid niet meer mag zijn dan 100%.

Belastingen
Bij belastingen is er geen directe relatie met een prestatie van de gemeente. Belastingen worden gezien als een algemeen dekkingsmiddel.

Uitvoering uitbesteed aan Cocensus
De gemeente Wormerland heeft de uitvoering van de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) en het opleggen van de aanslagen en de invordering van onroerende zaakbelasting (OZB), roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting, forensenbelasting, grafrechten en leges omgevingsvergunningen ondergebracht in de gemeenschappelijke regeling Cocensus. Ook de afhandeling van de kwijtscheldingsverzoeken en bezwaar- en beroepschriften worden door Cocensus afgehandeld.

Gemeentelijke belastingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Gemeentelijke belastingen

Belastingen hebben een algemeen karakter. Een directe relatie tussen de belasting en de gemaakte kosten van de gemeente is in het algemeen niet aanwezig. Uitgangspunt bij het vaststellen van de belastingtarieven is dat deze jaarlijks worden verhoogd met de verwachte inflatie. Voor het jaar 2025 is gerekend met een inflatie van 2,5%.

Onroerende Zaakbelasting (OZB)
De grondslag voor de OZB wordt gevormd door de waarde van het onroerend goed, die jaarlijks wordt vastgesteld. Deze WOZ-waarden voor het belastingjaar 2025 zijn gebaseerd op het prijspeil van het jaar daarvoor, 1 januari 2024. In de gemeente Wormerland betalen alleen de eigenaren van woningen OZB en niet de gebruikers van woningen. Anders is dit bij de niet-woningen, daar worden zowel eigenaar als gebruiker aangeslagen voor onroerende zaakbelasting. Niet-woningen zijn bijvoorbeeld bedrijfspanden of garageboxen.

Beleid tariefbepaling OZB
Wormerland hanteert het uitgangspunt dat de totale opbrengst van de onroerende zaakbelasting gelijk blijft en alleen verhoogd wordt met inflatie en areaaluitbreiding. Echter, naast de gemeente draait er nog een andere partij aan de knoppen, namelijk het Rijk. Een stijgende WOZ-waarde heeft namelijk een negatief effect op de Algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het Rijk gaat ervan uit dat bij een stijging van de WOZ-waarde de inkomsten van de gemeente stijgen door een hogere opbrengst OZB. Om de totale opbrengsten voor de gemeente gelijk te houden is een compensatiestijging van het OZB-tarief noodzakelijk. De gemeente compenseert deze daling in de Algemene uitkering met een OZB-stijging.

Tariefstijging 2025
De begrote opbrengst van de OZB steeg conform bestaand beleid zoals hierboven beschreven met het inflatiepercentage (2025: +2,5%) en met de compensatie van WOZ-waarde stijging die vanuit het Rijk gekort wordt op de algemene uitkering (2025+2,5%).

Daarnaast is er in afwijking op dit bestaand beleid in 2025 een extra stijging van de OZB (2025:+10,8%) geweest in verband met de overgang van taken van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Voor de gemeente is dit een verhoging zonder extra winst. Voorheen betaalden inwoners voor deze diensten aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK), maar vanaf 2025 zijn deze kosten onderdeel van de OZB-aanslag. Hierdoor daalt de aanslag van het HHNK, maar de OZB-aanslag aan de gemeente stijgt. 

 Dit betekent een totale stijging van de OZB-opbrengst 2025 van 15,80% (2,50% reguliere inflatie, 2,50% compensatie daling algemene uitkering 2025 + 10,80% in verband met overname HHNK openbare ruimte). Daarnaast heeft de raad bij het vaststellen van de Begroting (en 1e begrotingswijziging) de nieuwe OZB-opbrengst woningen verhoogt met 1,0% en de niet-woningen met 3,0% (totale stijging wordt dan 16,80% en 18,80%). Deze totale stijging van de opbrengst is niet gelijk is aan de stijging van de OZB-tarieven. De hoogte van de tarieven wordt berekend op basis van de op te halen (begrote) opbrengst.

Bij individuele aanslagen kan de stijging verschillen. Die verschillen in individuele aanslagen ontstaan als de waarde van een woning meer of juist minder in waarde is gestegen dan het Wormerlandse gemiddelde. 

Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting (RWWB)
Eigenaren en gebruikers van onroerend goed betalen gemeentelijke belastingen in de vorm van de onroerende zaakbelasting (OZB). Het is wettelijk mogelijk om ook voor eigenaren en gebruikers van roerende woon- en bedrijfsruimten (zoals woonboten en woonwagens) een gelijke belasting in te voeren, te weten de Roerende Woon- en bedrijfsruimtebelasting (RWWB). Om eigenaren en gebruikers van roerend en onroerend goed gelijk te behandelen is het tarief van die belasting gelijk aan het tarief van de OZB.

Hondenbelasting
De gemeente heft een belasting op het houden van honden binnen de gemeente. De belastingplichtige is de houder van de hond. Het aantal honden is bepalend voor de opbrengst van de hondenbelasting.

Gemeentelijke retributies

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Gemeentelijke retributies

Onder de naam retributies heft de gemeente tarieven voor diverse typen van dienstverlening. Bij retributies is sprake van een directe relatie tussen de heffing en de gemeentelijke taakuitoefening. De geraamde opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de geraamde kosten voor die taakuitoefening. De belastingplichtige is de aanvrager van de dienst of degene voor wie de dienst is verleend. Geregeld is er landelijk publiciteit over de gemeentelijke tarieven en de verschillen daartussen. Die verschillen ontstaan in de regel als gevolg van de gemaakte beleidskeuzes. Om die beleidskeuzes zo transparant mogelijk vast te leggen gebruiken we de beschikbare VNG-modellen voor als basis voor de gemeentelijke verordeningen.

Rioolheffing
De kosten die de gemeente maakt als uitvloeisel van de watertaken worden op burgers en bedrijven verhaald via de rioolheffing. De kosten die uit die watertaken voortvloeien (op het gebied van afvalwaterinzameling, afvalwatertransport en afvoer van overtollig regen- en grondwater) zijn berekend in het Gemeentelijk Riolerings Plan 2018-2023 (GRP 2018-2023). De investeringen die hieruit voortvloeien worden, via de kapitaallasten, doorberekend in de tarieven. Zoals in het GRP besloten is, stijgt de rioolheffing jaarlijks met 2% vermeerderd met de inflatie (in 2023 2,2%). In 2025 is dit GRP herzien in het Gemeentelijk Riool- en Waterzorgprogramma 2025 - 2029 (GRWP). In dit nieuwe plan is de afschaf van de extra verhoging van 2% afgeschaft vanaf 2026.

 Rioolheffing
Rekening 2024

Begroting 2025
(incl. wijz.)

Rekening 2025
A Baten totaal 2.160.859 2.251.659 2.262.518
B Lasten totaal 1.456.413 1.885.612 1.954.988
C Toevoeging voorziening (A-B) 704.446 366.047 307.530
D Saldo (A-B-C) 0 0 0
Kostendekkendheid 100% 100% 100%

 

 

 

Afvalstoffenheffing
Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een recht geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente op grond van de Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijk afval heeft. Bij het bepalen van de hoogte van de afvalstoffenheffing wordt rekening gehouden met het feit dat op begrotingsbasis de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Er wordt gestreefd naar een kostendekkendheid van 100%. Kostendekkendheid wordt nooit precies in één jaar bereikt maar wordt gemeten over jaren heen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een Egalisatievoorziening als bufferfunctie. Sinds eind 2021 is de Egalisatievoorziening leeg.


Recycle-tarief
Vanaf 2022 heft de gemeente Wormerland het recycle-tarief voor de afvalstoffenheffing. Hiermee hebben inwoners invloed op de hoogte van hun afvalstoffenheffing. Het variabele tarief is afhankelijk van hoe vaak de restafvalbak aan de weg wordt gezet of hoe vaak men afval aanbiedt in de ondergrondse restafval-container.

Afvalstoffenheffing in 2025 niet kostendekkend
Bij het opstellen van de jaarrekening 2024 bleek dat het product Afval niet kostendekkend was. Een van de oorzaken hiervan is dat het aantal huishoudens waar de HVC mee rekent, niet gelijk is aan het aantal waar Cocensus een aanslag naar toe kan sturen. Dit komt onder meer doordat er een behoorlijk aantal woningen leeg staat, onder andere in verband met renovatie of verhuizingen (leegstand). Ook zijn er meer huishoudens die hun restafval minder vaak aanbieden dan waar mee gerekend was. De opbrengsten van het variabele tarief zijn daardoor lager dan begroot. Tenslotte waren de kosten van ophalen en verwerken door de HVC in werkelijkheid fors hoger dan in de begroting die de HVC in augustus 2023 bij ons ingediend hadden, was opgenomen. Al deze zaken golden ook voor 2025. Achteraf blijkt het vastgestelde tarief voor 2025 dus niet kostendekkend te zijn. De tarieven werden pas weer herzien per 1 januari 2026. Dit betekende dat de afvaltoffenheffing in 2025 niet kostendekkend was. In het Voorjaarsbericht 2025 is de begroting hierop bijgesteld. Het product afval had een begroot verlies in 2025 van €413.200. Het werkelijke verlies in 2025 op het product afval was €354.160. Dit gedeelte van de afvalkosten is in 2025 dus niet verhaald op de inwoners maar kwam voor rekening van de gemeente.

 Afvalstoffenheffing Rekening 2024

Begroting 2025
(incl. wijz.)

Rekening 2025
A Baten totaal 2.752.849 2.827.334 2.889.862
B Lasten totaal 3.224.881 3.240.534 3.244.022
C Toevoeging voorziening 0 0 0
D Saldo (A-B-C) -472.032 -413.200 -354.160
Kostendekkendheid (A/B)x100 85% 87% 89%

 

 

 

Begraafrechten
Deze rechten zijn voor 2025 met het reguliere inflatiepercentage van 2,5% verhoogd. Bij begraafrechten bereiken we niet de 100% kostendekkendheid.

 Begraafrechten Rekening 2024

Begroting 2025
(incl.wijz.)

Rekening 2025
A Baten totaal 159.017 180.933 159.217
B Lasten totaal 585.609 630.340 640.993
C Saldo (A-B) -426.591 -449.407 -481.776
Kostendekkendheid (A/B)x100 27% 29% 25%

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtscheldingsbeleid

De gemeente kan kwijtschelding verlenen aan personen die niet in staat zijn om hun belasting te voldoen. Hiervoor zijn bij wet bepaalde normen aangegeven. De gemeenteraad kan in afwijking op de wettelijke normen eigen beleid hierop voeren. Jaarlijks wordt bij het vaststellen van het 'Besluit Kwijtscheldingsregels' (Tarievennota) vastgelegd in welke mate de gemeente Wormerland afwijkt van deze wettelijke normen. Alleen een inkomensgrens toetsen is niet voldoende om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor (gedeeltelijke) kwijtschelding. Ook factoren als bezittingen, eigen vermogen en bepaalde uitgaven die iemand heeft spelen mee.

Kwijtschelding wordt alleen verleend voor (Tarievennota 2025):

  1. Onroerendezaakbelastingen;
  2. Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting;
  3. Forensenbelasting;
  4. Hondenbelasting;
  5. Rioolheffing;
  6. Afvalstoffenheffing;
  Rekening 2024 Begroting 2025
(incl.wijz)

Rekening 2025
Bezwaar WOZ* 364 350 351
Bezwaar overige heffingen 96 60 100
Beroep WOZ 6 0 17
Beroep overige heffingen 1 0 1
Lasten regeling kwijtschelding      € 141.352 € 169.239 € 179.502

 

Opbrengsten belastingen en retributies

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Opbrengsten belastingen en retributies

In onderstaande tabel wordt aangegeven welke opbrengsten en retributies er zijn en hoeveel de inkomsten daarvan bedragen. Tevens wordt aangegeven het uiteindelijke totale netto resultaat van de heffingen.

Belastingen/retributies

Rekening 2024 Begroting 2025
(incl.wijz)

Rekening 2025
Belastingen      
OZB woningen 2.998.238 3.518.795 3.516.764
OZB niet-woningen 1.043.432 1.266.881 1.481.307
Roerende woon- en bedrijfsruimten 16.559 19.112 21.168
       
Precariobelasting 0 0 0
Hondenbelasting 93.071 107.947 97.891
Forensenbelasting 40.000 67.180 69.589
Toeristenbelasting 30.000 61.352 65.677
Totaal belastingen 4.221.300 5.041.267 5.252.396
       
Retributies      
Rioolrechten 2.160.859 2.251.659 2.262.518
Afvalstoffenheffing 2.601.372 2.672.944 2.663.634
Begrafenisrechten 159.017 180.933 159.217
Leges omgevingsvergunningen 2.144.891 1.250.056 1.389.663
Leges vergunningen (APV) 35.274 40.594 34.153
Leges burgerzaken 359.089 372.613 362.100
Leges pontveren 42.889 42.973 48.000
Totaal retributies
7.503.391 6.811.772 6.919.285
       
Kwijtscheldingen -141.352 -169.239 -179.502
Totaal netto-opbrengsten 11.583.339 11.683.800 11.992.179

 

 

 

 

 

 

 

Om bovenstaande tabel te visualiseren zijn de belasting- en retributie-inkomsten hieronder in een taartvorm getoond. Hoe deze inkomsten zich verhouden tot de totale inkomsten van de gemeente kunt u zien in de Samenvattingsparagraaf in deze Jaarstukken. Deze samenvatting vindt u vlak na de inleiding.

 

 

Leges

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Leges

Algemeen
De tarieven voor 2025 zijn primair aangepast aan de hand van het inflatiepercentage van 2,5 %, tenzij nader beperkt door wettelijke tariefstellingen.

De leges zijn onderverdeeld in drie hoofdstukken;

  • Hoofdstuk1:  algemene dienstverlening (verstrekkingen uit de basisregistratie personen, burgerlijke stand, rijbewijzen, reisdocumenten, bestuursdocumenten, verkeer en vervoer),
  • Hoofdstuk 2:  dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning,
  • Hoofdstuk 3:  dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn (horeca, prostitutiebedrijven, evenementenvergoeding en overige vergunningen. Een groot deel hier bestaat uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis is dit vaak niet kostendekkend).

Maximaal is 100% kostendekkend toegestaan.

Lokale lastendruk

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Lokale lastendruk

Opvolging opmerkingen accountantscontrole Jaarrekening 2024
De auditcommissie heeft ons gevraagd volgbaar te maken waar we veranderingen aanbrengen in de P&C-documenten waar dit een opvolging betreft op de opmerkingen van de accountant. De accountant heeft bij controle van de Jaarstukken 2024 aangegeven dat een aanduiding van de lokale lastendruk ontbreekt. Deze informatie verstrekten we wel altijd in de begroting, maar niet in de jaarstukken. Op advies van de accountant hebben we deze informatie nu ook toegevoegd aan de Jaarstukken.


Wat betekent lokale lastendruk?
Om de lokale lastendruk te berekenen tellen 3 belastingtarieven mee: tarieven van de OZB, afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor huurders telt alleen het tarief van afvalstoffen- en rioolheffing mee omdat huurders geen OZB betalen. Voor eigenaren van woningen gelden wel alle drie de genoemde belastingen. De gemiddelde woonlasten van een meerpersoonshuishouden in 2024 bedroegen €1.133 per woning. In 2025 bedroegen deze woonlasten €1.227. 


Vergelijking met Noord-Hollandse gemeenten
In de volgende tabellen worden de tarieven 2025 van Wormerland vergeleken met de tarieven van omliggende gemeenten. Of deze tarieven van deze omliggende gemeenten kostendekkend zijn is niet bekend.

Tabel: Vergelijking woonlasten 2025 (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing ) van de gemeente Wormerland versus alle Noord-Hollandse gemeenten: